Onze leden, onze missies
Onze (voormalige) leden hebben onder andere deelgenomen aan de volgende missies:

Nederlands-Indië (1945-1949):
Politionele acties
Onze (oud-)leden hebben een belangrijke rol gespeeld tijdens de Politionele Acties, een periode van intense conflicten tussen Nederland en Nederlands-Indië.
In 1949 werd Nederlands-Indië zelfstandig (met uitzondering van Nieuw-Guinea) en werd Indonesië.

Nieuw-Guinea (1945-1962):
Conflict over het bestuur
In de periode van 1945 tot 1962 waren onze leden betrokken bij het complexe conflict over het bestuur van Nieuw-Guinea. Hun aanwezigheid en inspanningen waren essentieel in een tijd van politieke en militaire spanningen. Uiteindelijk werd Nieuw-Guinea overgedragen aan Indonesië.

Korea (UNC, 1950-1953):
VN-strijdmacht
In 1950 werd door het kabinet onder andere een infanteriebataljon beschikbaar gesteld aan de VN: het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN). Aan het front kreeg het detachement verschillende taken toebedeeld, waaronder het lopen van patrouilles en het innemen of beschermen van belangrijke locaties. Hierbij kwam het geregeld tot zware gevechten. Het NDVN werd na terugkeer in Nederland op 15 december 1954 opgeheven. (Bron: NIMH)

Libanon (UNIFIL, 1979-1985):
VN-vredesmacht
In januari 1979 vroeg de VN Nederland een bataljon te leveren en twee maanden later nam het eerste bataljon (Dutchbatt) de taken van de Fransen over. De primaire taak van Dutchbatt was het bezetten, bewaken en beveiligen van het toegewezen bataljonsvak. Dit moest worden bereikt door infiltraties in de UNIFIL-zone te voorkomen van zowel Israëlische troepen als de PLO. Alle hulpmiddelen die het bataljon bezat, werden daarbij ingezet. Het gebied waar Dutchbatt verantwoordelijk voor was, was het grootste en lastigste te controleren bataljonsvak van UNIFIL.
(Bron: NIMH)

Bosnië-Herzegovina (ECMM, 1991-2007): Europese Monitor Missie
Nederland speelde als voorzitter van de EG (later EU) een belangrijke rol tijdens de onderhandelingen in Brioni. Nederland leverde 39 waarnemers van de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken. Daarnaast leverde Nederland zes maanden de staf en een deel van het ondersteunende personeel voor de ECMM. De Nederlandse bijdrage aan de ECMM schommelde van begin 1992 tot 1997 tussen de twaalf en twintig militairen. Nederland leverde daarnaast staf- en ondersteunend personeel voor de ECMM. Hierdoor liep de Nederlandse bijdrage op van zeventien naar 85 personen, onder wie zeventig militairen. (Bron: NIMH)

Cambodja (UNTAC, 1992-1993): VN-vredesmacht
Het mandaat van UNTAC ging in op 15 maart 1992 en duurde achttien maanden. De uitvoering van het vredesakkoord in Cambodja verliep in fases. De eerste fase begon direct na de ondertekening van de Parijse akkoorden. Toezien op het staakt-het-vuren en het mijnenvrij maken van belangrijke gebieden waren de hoofdtaken. (Bron: NIMH)

Bosnië-Herzegovina (UNPROFOR, 1992-1995): VN-vredesmacht
In een poging de oorlog in voormalig-Joegoslavië in te dammen, besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) tot de oprichting van de United Nations Protection Force (UNPROFOR). Een aantal Nederlandse militairen diende in de staf en stafcompagnie van UNPROFOR. Een verbindingseenheid moest binnen de vredesmacht de verbindingen van de twaalf infanteriebataljons, één geniebataljon en de hoofdkwartieren verzorgen. Een Nederlands/Belgische transporteenheid werd de ruggengraat van de humanitaire hulpverlening van UNPROFOR in Bosnië, dat ruim honderdduizend ton goederen vervoerde, vaak langs gevaarlijke routes waarbij zij door Bosnische Serviërs onder vuur werden genomen. (Bron: NIMH)
Aanvulling: Tot 1april 1995 werden de Nederlandse eenheden in Bosnië verzorgd door het NL Support Command. Het NL/BE transportbataljon verzorgde de humanitaire konvooien. Op 1 april 1995 werden beide eenheden samengevoegd tot
1 VN (NL/BE) Logistiektransportbataljon.
Dit bestond uit een BE transportcompagnie, een NL transportcompagnie,
een herstelcompagnie, een bevooradingscompagnie, een medisch detachement en een stafstafcompagnie. Deze werden verdeeld over de locaties Busovaca 1, Busovaca 2 en Šantići. De sterkte was ongeveer 540 personen, onder leiding van
een kolonel die tevens fungeerde als contigentscommandant.

Bosnië-Herzegovina (IFOR, 1995-1996):
NATO-vredesmacht
Onder Amerikaanse en Russische druk toonden de presidenten van Kroatië, Servië en Bosnië zich medio september 1995 bereid mee te werken aan een vredesregeling. De vrede werd in het Dayton-akkoord van december ondertekend. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties keurde tegelijkertijd de oprichting van de Implementation Force (IFOR) goed. Die moest operatie Joint Endeavour, een zogenoemde ‘chapter seven’ operatie, uitvoeren. (Bron: NIMH)

Bosnië-Herzegovina (SFOR, 1996-2004):
NATO-vredesmacht
Een kleinere Stabilization Force (SFOR) lostte IFOR na een jaar af. Die voerde operatie Joint Guard uit, vanaf juni 1998 Joint Forge genoemd. De hoofdmoot van de Nederlandse bijdrage aan SFOR bestond uit een gemechaniseerd infanteriebataljon. Het bataljon controleerde de naleving van het Dayton-akkoord met patrouilles en controleposten. Naast het bataljon en verschillende staffunctionarissen stelde de Nederlandse regering een groot aantal andere eenheden beschikbaar, waaronder een mortiercompagnie, fregatten en helikopters. (Bron: NIMH)

Macedonië (Extraction Forces, 1998-1999): Bescherming EU-monitors
De VN-Veiligheidsraad besloot op 24 oktober 1998 tot de oprichting van een Kosovo Verification Mission (KVM) en een NAVO-verificatiemissie. Dit met het oog op de snel verslechterende mensenrechtensituatie. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) leidde die missies. Een Extraction Force (EF) van de NAVO in Macedonië kreeg de taak wanneer nodig de waarnemers van de KVM en personen met een speciale status (zoals diplomaten en belangrijke Kosovaren) in veiligheid te brengen. (Bron: NIMH)

Kosovo (KFOR, 1999-heden):
NATO-vredesmacht
In juni 1999 sloten de Verenigde Naties (VN), de NAVO en Joegoslavië een akkoord. Joegoslavië zou zich uit Kosovo terugtrekken, de VN nam de hulpverlening en wederopbouw op zich en de NAVO stuurde een vredesmacht, de Kosovo Force (KFOR). KFOR moest zorgen voor de handhaving van het staakt-het-vuren en dat vluchtelingen veilig konden terugkeren. Half juni liepen Nederlandse artilleristen al de eerste patrouilles en zagen toe op de handhaving van orde en rust in en om de stad Orahovac. Het aantal incidenten nam eind van de maand toe. De Nederlandse en Duitse militairen in Orahovac moesten regelmatig waarschuwingsschoten en lichtgranaten afvuren om de gemoederen te bedaren. (Bron: NIMH)

Afghanistan (ISAF, 2002-2014):
Herstel overheidsgezag
Vertegenwoordigers van de belangrijkste etnische, politieke en religieuze groeperingen in Afghanistan, met uitzondering van de Taliban, sloten in december 2001 het akkoord van Bonn. Hierin stond onder andere dat een vredesmacht van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) de Afghaanse autoriteiten zou helpen bij het handhaven van de veiligheid in Kabul en omstreken. Dit zou de International Security Assistance Force (ISAF)worden. De Nederlandse regering stelde eind 2001 een infanteriecompagnie ter beschikking. Deze eenheid, bestaande uit ruim tweehonderd man, bestond uit een infanterie-, een verkennings-, een antitank-, een genie- en een logistiek peloton, met daarbij een mortiergroep en een compagniesstaf. De infanteriecompagnie werd versterkt met een snelle-reactie-eenheid. Tevens werden ook elementen van het Korps Commandotroepen ingezet. Daarnaast werden onder andere ook een Apache-detachement, een F-16-detachement, een mariniersbataljon, een taakgroep van 1.200 man en enkele ISAF-hoofdkwartieren beschikbaar gesteld. (Bron: NIMH)

Irak (SFIR, 2003-2006): Stabilisatiemacht
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nam in april 1991 een resolutie aan die stelde dat Irak zich in de toekomst moest houden aan de internationale verdragen die de productie en het gebruik van nucleaire, chemische en biologische wapens verbieden. De Verenigde Staten waren van mening dat Irak desnoods met geweld op de knieën moest worden gedwongen. Een invasie, gesteund door het Verenigd Koninkrijk, volgde en in een maand tijd werden het Iraakse leger, de veiligheidsdiensten en een belangrijk deel van het Iraakse bestuur naar huis gestuurd. Nederlandse eenheden namen deel aan de internationale operatie in Irak: de Stabilisation Force Iraq (SFIR). (Bron: NIMH)

Pakistan (NATO Disaster Relief Team, 2005-2006): NATO-Humanitaire missie
Op 8 oktober 2005 trof een zware aardbeving het grensgebied van India en Pakistan, met als epicentrum het noordwesten van Pakistan. Decennialang was er geen natuurramp geweest die zoveel levens eiste; 70.000 mensen kwamen om. Het hulpverzoek van Pakistan van 10 oktober 2005 gold als rechtsgrondslag voor de operatie. De Nederlandse bijdrage betond uit een Nederlands Militair Nood Hospitaal (MNH) en een bewakingsdetachement. De primaire taak van het Nederlandse detachement was het verlenen van medische hulp aan aardbevingsslachtoffers. (Bron: NIMH)

Oekraïne (MH17, 2014-2015):
Onderzoek naar toedracht van de ramp
Op 17 juli 2014 werd een vliegtuig van Malaysia Airlines, van Amsterdam onderweg naar Kuala Lumpur, boven het oosten van Oekraïne uit de lucht geschoten. Alle 283 passagiers en vijftien bemanningsleden kwamen om het leven. Analisten gingen uit van een Russische BUK-grondluchtraket, maar Rusland ontkende alle betrokkenheid. Twee dagen na de ramp begon de rol van het Ministerie van Defensie vorm te krijgen. Er werd gekozen voor een ‘lichte’ optie, waarbij leden van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LFTO) en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) werd toegestaan het gebied te betreden. In de dagen die volgden deden de LFTO- en OVSE-medewerkers meerdere plekken in het rampgebied aan, waaronder de crashsite bij het plaatsje Hrabove. Een C-130 Hercules van de Koninklijke Luchtmacht en een C-17 Globemastervan de Royal Australian Air Force brachten op 23 juli de eerste veertig kisten naar Vliegbasis Eindhoven. Een rouwstoet onder begeleiding van de politie en de Koninklijke Marechaussee reed naar de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum. De strijd tussen het regeringsleger en de rebellen is een grote belemmering geweest voor de onderzoeksoperatie.
(Bron: NIMH)

Jordanië, Koeweit & Quatar
(ATF ME, 2014-2018): Bestrijding ISIS
(Under construction)

Mali (MINUSMA, 2014-2019):
VN-vredesmacht
De Verenigde Naties (VN) probeerden de veiligheid en stabiliteit in Mali te herstellen. Dit gebeurde tot december 2023 met de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (Minusma). De EU was tot enkele maanden daarna nog militair aanwezig met de trainingsmissie EUTM. (Bron: MinDef)
Specifieke deelnemende eenheden (Under construction)